Welke factoren wegen op de koers van de euro?
De economische indicatoren in de eurozone zijn geruststellend, maar vooral de kwaliteit van de Europese schulden wordt in vraag gesteld
De macro-economische indicatoren uit de voorbije dagen hebben meestal bevestigd dat het economisch herstel in de eurozone zich doorzet. Het vertrouwen in de Franse bedrijfswereld is fors verbeterd, de Europese index van de aankoopmanagers gaf een positief signaal en de Duitse IFO-index bevond zich op het hoogste niveau sinds juni 2008.
Daarnaast was er ook minder goed nieuws met betrekking tot de Spaanse handelsbalans en van de nieuwe industriële bestellingen in Europa. Die bestellingen daalden met 2%, waar was gerekend op een stijging met 1,80%. Dit zijn echter uitzonderingen, de meeste statisieken zijn geruststellend en wijzen in de richting van een verder economisch herstel.
De problematiek rond de euro is dan ook niet gelinkt aan de macro-economische indicatoren, maar wel aan het schuldenverhaal in een aantal landen. Zelfs de leefbaarheid van de euro als internationale munt wordt momenteel in vraag gesteld. Er zijn heel wat vragen waar nog een antwoord op moet worden geformuleerd.
Allereerst zijn er de interne meningsverschillen die al tot openlijk gekrakeel aanleiding hebben gegeven. De ECB is van mening dat Griekenland niet echt hulp nodig heeft en dat de kredietrating van het land niet zal worden verlaagd. De Duitsers geloven anderzijds dat Griekenland hulp van het IMF zal nodig hebben, want door andere Europese landen dan weer wordt ontkend. Hulp van het IMF heeft een negatieve connotatie, want er wordt prompt gedacht aan de redding van IJsland in 2008 en aan die van het Verenigd Koninkrijk in 1976. De euro loopt zo het gevaar te worden beschouwd als een munt die alleen maar leefbaar is bij de gratie van een aantal internationale organisaties.
De Europese Commisie heeft opmerkingen gemaakt over de fiscale situatie van een aantal landen. Zo zouden Denemarken en Luxemburg hun fiscale situatie snel kunnen zien verslechteren. Slovenië loopt anderzijds het risico om zijn schuldenpositie te zien verslechteren, terwijl ook in dit land het deficiet op de begroting kan oplopen.
Daarnaast is er nog de kredietverlaging van Portugal, Fitch verlaagde de rating van het land tot AA-. De Portugese regering had goed zeggen dat deze downgrading was verwacht, de financiële markten hadden daar geen oor naar. Ook meldt Lissabon dat zijn besparingsplan realistisch én haalbaar is, maar de financiële markten willen meer garanties. Het land loopt het gevaar met dezelfde problemen als Griekenland te worden geconfronteerd.
Het besmettingsgevaar lijkt niet gering, zodat iedereen zich vandaag afvraagt wie de nummer drie gaat worden. Tenslotte dreigt de rentespread tussen Europa en de Verenigde Staten om te slaan in het voordeel van laatstgenoemde. Die evolutie kan in het voordeel van de dollar en in het nadeel van de euro wijzen.
Griekenland
Carmignac: "Het gaat nu niet meer om een bedrijf dat ons zorgen baart, maar een land, Griekenland. En niet alleen dát land, want zodra we ons geen zorgen meer maken over Griekenland, is het de beurt aan Ierland, Portugal, Spanje, Italië, en dan Frankrijk en Groot-Brittannië en, waarom niet, over een paar maanden de Verenigde Staten."
Kunnen wij ons op dit moment voorstellen, laat staan tolereren, dat Griekenland haar internationale schulden niet afbetaalt?
Carmignac: "Dat lijkt ons niet erg realistisch, gezien de rampzalige gevolgen die dat voor de wereldeconomie zou hebben. Met bijna 300 miljard euro is de Griekse staatsschuld vijf maal zo groot als de schuld van Rusland ten tijde van de financiële crisis van dat land in 1998, en vijf maal meer dan de Argentijnse schuld ten tijde van de crisis van 2001."
Vergeleken met de Japanse overheidsschuld van bijna 8.000 miljard euro is het weliswaar niet zo veel, maar de Japanse schuld is voor 90% in handen van binnenlandse spaarders, terwijl de situatie hier lijnrecht tegenovergesteld is, omdat 96% van de Griekse staatsschuld in handen is van internationale, en in grote mate Europese, beleggers."
Carmignac: "Wanneer Griekenland zijn schulden niet aflost, zou dit dus gevolgen kunnen hebben voor de hele Europese economie. Daarom moet de Europese Unie, ook al moeten hiervoor de Europese teksten en verdragen worden aangepast, beslist een coherente, realistische oplossing vinden die ook op andere Lidstaten kan worden toegepast."
Europa, dat is opgericht op basis van een Economische Gemeenschap en vervolgens van een Monetaire Unie, moet nu haar geloofwaardigheid bewijzen en haar politieke ambities waarmaken.
Carmignac: "Maar dat moet dan natuurlijk niet bovenmatig ten koste gaan van de enkele 'goede leerling' zoals Duitsland. Maar het is onmogelijk om te weigeren de helpende hand toe te steken of een te harde aanpassing te eisen van die lidstaten die het meest behoefte hebben aan een strenge fiscale aanpassing op het slechtste moment van hun recente economische geschiedenis."
Wanneer nu aan Griekenland, Portugal, Spanje en Italië zou worden gevraagd hun tekort terug te dringen tot de gestelde 3% zou dit gelijk staan aan de eis aan deze landen om hun uitgaven samen met bijna 120 miljard euro terug te dringen, en dat is meer dan de som van hun tekorten op de lopende rekening.
Carmignac: "Wanneer deze eis op korte termijn zou worden gesteld, zou dit niet alleen maatschappelijk wanorde met zich meebrengen, maar ook leiden tot een zeer ernstige recessie in deze landen, waardoor ook hun buitenlandse vraag steeds verder zou afnemen. In dat geval zou Duitsland, waarvan de geringe groei voornamelijk het gevolg is van een overschot van haar buitenlandse handel, en waarvan de helft het gevolg is van de intracommunautaire handel, regelrecht de gevolgen ondervinden van de hervonden discipline in de 'club-med'-landen."
