Grootste pessimisme ten opzichte van dollar is getemperd
Dollar afhankelijk van nieuws
Of de huidige dollar-rally nog een eind te gaan heeft, zal volgens BC Research afhangen van het economische nieuws en de monetaire en budgetaire maatregelen die doorheen de komende periode zullen aangekondigd worden in de Verenigde Staten.
Feit is dat het grote pessimisme ten overstaan van de dollar ondertussen getemperd is. Terwijl begin december het 10-daags gemiddelde van de Daily Sentiment Index minder dan 10% optimisten toonde is dit getal nu gestegen naar 62%.
Opletten voor nieuwe zeepbellen
De crisis sloeg het voorbije jaar bijzonder hard toe in landen met grote onevenwichtigheden, zo merkt KBC op. Dat was het geval in enkele Centraal-Europese landen die kozen voor een systeem van vaste wisselkoersen om het muntrisico in hun internationale handel weg te nemen.
Als gevolg van de koppeling liep ook het monetaire beleid grotendeels gelijk, wat gezien het uiteenlopende conjunctuurpad niet strookte met de realiteit van het vastgekoppelde land. KBC: "In de Baltische staten en Bulgarije, landen met vastgekoppelde munt, leidden optimisme en lage rentes tot een consumptie- en
vastgoedboom, terwijl de oververhitting van de economie resulteerde in excessieve
loongroei en een diep tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. De Letse economie noteerde de grootste onevenwichtigheden en blijft tot op vandaag voer voor speculaties over een nakende devaluatie."
In Letland groeide het reële bbp in 1999-2007 jaarlijks gemiddeld met 8%, aangedreven door particuliere consumptie (+10%) en investeringen (+12%). KBC: "In
2006-2007 groeiden de lonen gemiddeld met 27% en de inflatie liep op tot 15% in
2008. Dat leidde tot een verlies aan competitiviteit, wat tot uiting kwam in een
forse toename van de reële effectieve wisselkoers de voorbije jaren. Ondanks toenemende inflatie hield de centrale bank de rente laag, met negatieve reële rentes en excessieve kredietgroei tot gevolg."
Bovendien kozen gezinnen door de combinatie van de muntkoppeling en nog lagere eurorentes massaal voor euroleningen. KBC: "De schuld verviervoudigde tussen 2003-2008 en bestond eind 2008 voor 80% uit leningen in vreemde munten. De externe schuld liep op van 80% van het bbp tot 140% in 2007. De Letse boomjaren werden dus grotendeels gefinancierd door krediet, dat aangewend werd voor consumptie in plaats van exportgenererende activiteiten. De uitvoerontwikkeling bleef hierdoor zwak in vergelijking met de consumptiegedreven invoerexplosie en het tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans zwol aan tot 22% van het bbp in 2007. Een wisselkoersdepreciatie zou zo'n tekort corrigeren, maar de grote hoeveelheid euroleningen en de hoop op een snelle EMU-toetreding weerhielden de beleidsmakers van een dergelijke ingreep."
Vastgoedmarkt niet langer overgewaardeerd
Het Britse weekblad The Economist becijferde dat de Amerikaanse vastgoedmarkt niet langer met een overwaardering kampt wat goed nieuws is.
Afgaande op de gerenommeerde Case/shiller-index is de huizenmarkt in de Verenigde Staten momenteel 3% ondergewaardeerd. Dit staat in schril contrast met 2006 toen de overwaardering op een bepaald moment opliep tot 50%.
In het licht van de massieve stimulus die de Amerikaanse centrale bank in het systeem pompt lijkt het volgens BC Research redelijk te veronderstellen dat de huizenprijzen niet overdreven goedkoop zullen worden of in elk geval nominaal niet meer veel zouden moeten zakken (mogelijks wel aangepast aan inflatie).
