Australische dollar is uitgebroken tegenover de euro
Valuta
Gedurende meer dan 20 jaar heeft de euro in een trading range t.o.v. de Australische dollar genoteerd. De sterkte van de AUD in 2009 en de recente koersuitbraak van de AUD is dan ook een belangrijk signaal. Australië is op dit ogenblik het land dat het sterkst van China profiteert : het is een grote grondstoffenproducent en China neemt gretig Australisch steenkool en ijzererts af.
Leleux Associated Brokers: "Elke terugval van de AUD tot tegen de steunlijn van 1,59 - 1,60 AUD voor 1 euro is daarom een instapmoment in deze munt. De Australische economie presteert bijzonder sterk (de centrale bank heeft de korte termijnrente al enkele keren verhoogd) en dit ondersteunt de munt."
Van begin 2006 tot midden 2009 kende de euro een forse koersopstoot t.o.v. de Nieuw-Zeelandse dollar. Maar deze sterkte van de euro lijkt maar een tijdelijk fenomeen te zijn. De stijging van de NZD door het belangrijke weerstandsniveau van 2,12 NZD voor 1 euro eind 2009 is een positief langetermijnsignaal voor de NZD. We verwachten de komende jaren dan ook een verdere stijging van de NZD tot 1,60 NZD voor 1 euro.
Leleux Associated Brokers: "Vergeet niet dat Nieuw-Zeeland via zijn sterke band met Australië nauw verbonden is met China."
T.o.v. de Canadese dollar is de euro op een belangrijk niveau aanbeland. In het zog van de Amerikaanse dollar steeg de Canadese dollar versus de euro. De koers bevindt zich thans op de zeer belangrijke langetermijnweerstandslijn vanaf 2000 (op dit ogenblik ligt de weerstand op 1,36 CAD voor 1 euro). Weerstand voor de CAD, want telkens werd een stijgende trend van de CAD in het verleden tegengehouden door deze weerstandslijn (zoals in 2000, 2001 en 2007).
Leleux Associated Brokers: "Een koersuitbraak is dan ook een aankoopmoment en een signaal dat verdere CAD-sterkte t.o.v. de euro te verwachten is ! Welke factoren kunnen de CAD ondersteunen ? Eerst en vooral is de CAD sterk gekoppeld aan zijn Amerikaanse broer (en die is ook aan een opmars bezig t.o.v. de euro) en daarnaast profiteert Canada van zijn status als grondstoffenexporteur."
Inflatie vormt momenteel geen groot risico
ING Investment Management (ING IM) verwacht een neerwaartse trend van de kerninflatie in de ontwikkelde landen en vindt dat de markten het risico van toekomstige inflatie sinds het begin van 2010 overschatten.
Energieprijzen
De fondsbeheerder denkt dat de algemene inflatie als gevolg van de stijging van de energieprijzen in 2009 boven de verwachtingen blijft, maar voorspelt een daling in de eerstkomende maanden. Zelfs als de olieprijzen fors zouden stijgen, zou dit volgens ING IM niet tot een aanhoudende toename van de inflatie leiden omdat de hogere olieprijzen de koopkracht in de ontwikkelde economieën zullen afknagen en bijgevolg de neerwaartse druk op andere componenten van de respectievelijke consumptiekorven van deze regio's zullen doen toenemen. Voor de inflatie in 2010 verwacht ING IM een cijfer van 1,5% in de VS, 1,1% in de eurozone, -1,1% in Japan en 1,8% in het VK.
Output gaps
Volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen, verantwoordelijke van de fixed income strategy and economics zullen de omvangrijke output gaps van de G3-economieën (VS, eurozone en Japan) binnen de komende twee tot drie jaar niet opgeslorpt worden: "We verwachten dan ook dat de neerwaartse druk op de inflatie ten minste dit jaar, en wellicht ook volgend jaar, zal aanhouden. De kerninflatietrend ligt al op zijn laagste peil van de voorbije 40 jaar in de VS en sinds de inflatiegegevens ingezameld worden in de eurozone en Japan." Volgens ING IM gaan we een eerder ongebruikelijke inflatiecontext tegemoet, die zeer moeilijk door de beleggers in te schatten is, wat gedeeltelijk verklaart waarom de markten het risico van toekomstige inflatie overschatten."
Obligaties
In de huidige inflatiecontext meent ING IM dat de rendementen van de staatsobligaties uit de VS en de grotere landen van de eurozone tijdens het grootste deel van het jaar eerder binnen een enge marge zullen schommelen dan stijgen (wat talrijke personen vrezen). ING IM verkiest ook schatkistcertificaten boven inflatiegebonden obligaties.
Volgens Valentijn van Nieuwenhuijzen "blijft een context van aanhoudende desinflatie, van officiële rente van de centrale banken dicht bij nul en van stabiele inflatieverwachtingen gunstig voor de risicovolle activa. Terwijl de inflatie dicht bij nul komt te staan, kan het echter niet uitgesloten worden dat de context enkel nog een paar kwartalen, of zelfs minder, risicogunstig zal blijven. Op een gegeven ogenblik kan de verdere desinflatie immers voor deflatievrees en een ongewenste daling van de inflatieverwachtingen zorgen. Indien dit zou gebeuren, zou het tot een stagnatie van de nominale BBP-groei tijdens een paar jaren leiden, terwijl de overheid zich zal moeten inspannen om de economie uit de liquiditeitsval te halen. Een dergelijk scenario zou ongunstig voor de risicovolle activa zijn."
