Olieprijs pas echt in hausse-kanaal boven 85 dollar

Olieprijs aan de vooravond van een doorbraak?

In de afgelopen zes maanden heeft de olieprijs zich vooral onderscheiden door vrijwel niets te doen. De prijs voor een vat ruwe olie bleef min of meer stabiel noteren in een range van 70 tot 85 dollar. Pas recent werd de doorbraak boven 80 dollar gerealiseerd.

Daarmee leek een einde te zijn gekomen aan een periode van grote volatiliteit in de olieprijzen. Twee zomers geleden bereikte de olieprijs een piek op 147 dollar en de prijs voor een gallon gasoline piekte toen in de Verenigde Staten op 4,11 dollar.

Vervolgens daalde de olieprijs naar een bodem op 34 dollar, om in een volgende fase opnieuw te verdubbelen. Sinds augustus vorig jaar lijkt de olieprijs vastgeplakt te zitten in een range van 70 tot 85 dollar.

Een doorbraak boven laatstgenoemd niveau hoeft echter niet noodzakelijk een nieuw trading range te betekenen, mogelijk zal de bestaande trading range uitgebreid moeten worden.

Aan een olieprijs in een range van 70 tot 85 dollar leken zowel producenten als consumenten zich te kunnen vinden. De prijsvork is hoog genoeg om te blijven investeren en laag genoeg om de economie te laten groeien.

Kenneth S. Rogoff, Harvard professor en wereldbekende econoom, waarschuwde dat een stijging van de olieprijs boven 85 dollar de economische groei kan gaan afremmen. Anderzijds kan de vraag naar alternatieve energie opnieuw gaan toenemen en dat is op zich geen slechte zaak te noemen.

De leden van de OPEC houden zich min of meer aan de gemaakte productieafspraken. Buiten de OPEC pompen Brazilië, Rusland en de Golf van Mexico meer olie boven, maar dat wordt geneutraliseerd door een lagere productie in de Noordzee, Alaska, Venezuela en Mexico.

Aan de vraagzijde wordt een toename van de vraag vanuit China, India en andere ontwikkelingslanden goedgemaakt door een afname van de vraag uit de Verenigde Staten.

Schlumberger bevestigt dat de markt uitbodemt

Schlumberger rapporteerde een vlakke nettowinst van USD 818 miljoen in het tweede kwartaal, ofwel USD 0,68 per aandeel. Dat was in lijn met de verwachting. De omzet steeg met 7,4% tot USD 5,9 miljard vergeleken met een jaar eerder, waarbij de marges verkleinden tot 17,4% vergeleken met 18,9% een jaar eerder.

In het eerste kwartaal bedroeg deze marge 17%. Net als bij Halliburton veerde dit kwartaal ook bij SLB de operationele marge in Noord-Amerika sterk op tot 10,4% (dat was 8%). Dit ondersteunt het beeld dat Noord-Amerika het prijsherstel in de olie-industrie aanvoert.

Het management gelooft dat in de rest van 2010 de booractiviteiten langzaam zullen toenemen in de meeste gebieden van de wereld, met name in de Verenigde Staten, Brazilië, de Noordzee en Rusland. SLB verwacht niet dat er in dit jaar nog in de Golf van Mexico zal worden geboord.

Het bedrijf heeft overigens nog niet ervaren dat er projecten worden uitgesteld of worden afgeblazen naar aanleiding van het diepzeemoratorium dat is ingesteld voor de Golf van Mexico. Hoewel de marges zijn verbeterd is het herstel van de booractiviteiten nog niet wat velen daarvan hadden gehoopt.

ABN Amro: "Als de internationale markt zich zal herstellen, zoals is voorzien voor 2011, zal ook de aandelenkoers van SLB weer opleven. We blijven bij ons koopadvies en verhogen het koersdoel tot USD 70."