Overgangsfase op de beurzen, nu wachten op wat komen gaat
Investment case AEX
Het korte termijn technische beeld van de AEX- index is verbeterd met de uitbraak boven oude weerstandzone 325,00/327,50. ABN Amro: "De hogere koerspiek die gevormd werd, gaf aan dat de index verder op kan klimmen naar volgende weerstand op 335,68. Deze werd inmiddels doorbroken. Een belangrijkere weerstand wacht daarboven op 345,56."
Het lange termijn technische plaatje van de AEX- index geeft een redelijk neutraal beeld. Nadat de stijgende trend vanaf begin 2009 verlaten werd, is een meer horizontaal koersverloop ingezet.
ABN Amro: "De huidige marktfase kunnen we omschrijven als een overgangsfase. Dat wil zeggen dat de strijd tussen bulls en bears nog in volle gang is. Er is nog geen winnaar en dat laat de grafiek zien middels een zijwaarts gericht koersverloop."
Een stevige horizontale steun wacht rond 296,98 en weerstand komt de AEX- index tegen rond 345,56. ABN Amro: "De uitbraak buiten deze bandbreedte zal meer duidelijkheid verschaffen omtrent het lange termijn koersverloop."
Wat is het nieuwe normaal op de beurzen?
De rally op de beurzen startte ongeveer een jaar geleden en lijkt nog niet te zijn stilgevallen. Op de meeste beurzen blijft de ondertoon goed en hogere koersen lijken weer aan te trekken. Hieronder volgt de situatie zoals die door ING wordt ingeschat.
De bedrijfswinsten trekken weer aan en de aandelenmarkten lijken na de grote V-vormige beweging van 2008/2009 tot rust te zijn gekomen. Is dit een eerste teken dat alles weer normaal wordt? Waarschijnlijk niet. Tenminste, niet in de traditionele zin. Vorig jaar dook de term 'een nieuw normaal' voor het eerst op, waarmee werd verwezen naar de mogelijkheid dat de economische realiteit de komende jaren wel eens heel anders zou kunnen zijn dan wat wij gewend waren. Als dat zo is, wat betekent dit dan voor de belegger in aandelen?
ING: "Volgens Wikipedia is "normaal zijn" het overeenstemmen met het gemiddelde. Professionele beleggers hebben dit concept als geen ander omarmd, door voortdurend lange termijn gemiddelden te extrapoleren teneinde toekomstige resultaten te voorspellen. De kernwoorden hierbij zijn 'lange termijn'. Een paar maal per generatie laten de economische trends een opmerkelijke ommekeer zien, die alle voorspellingen in de war gooit. Als wij terugkijken naar de afgelopen zestig jaar, zijn sommige van die trendbreuken duidelijk zichtbaar. In de jaren vijftig en zestig stond alles in het teken van de naoorlogse wederopbouw, waarna men in de jaren zeventig in sociaal opzicht doorschoot en de looninflatie en de rentetarieven omhoogschoten."
Dat laatste veroorzaakte een duidelijke trendbreuk. In de jaren tachtig en negentig draaide het om inflatiedaling, globalisering en digitalisering. De beleggingsrendementen schoten omhoog. Dit leidde in het afgelopen decennium tot een doorschieten van het kapitalisme. Extreem lage rentetarieven en een toegeeflijk bancair leenbeleid leidden tot een zeepbel op de hypotheekmarkt en gigantische schulden. Deze schulderfenis zou wel eens voor een nieuwe trendbreuk kunnen zorgen, een nieuw normaal.
Schuldenniveau
De grootste ontwikkelde economieën ter wereld hebben stuk voor stuk een schuldenniveau (publieke plus private sector) van 300% à 350% van het BNP, hoger dan ooit in de geschiedenis.
ING: "Dit wordt onhoudbaar! Die schuldenlast moet worden teruggebracht door een toename van de spaarbereidheid, of worden "opgegeten" door stijgende inflatie. Daar wij geen hoge inflatie verwachten, zullen de besparingen het werk moeten doen. Een hogere spaarquote ondermijnt echter de toekomstige economische groei, evenals een behoudender leenbeleid van banken. Dit maakt het zeer waarschijnlijk dat de toekomstige 'normale' groei in de ontwikkelde markten duidelijk lager zal zijn dan wij gewend waren."
De opkomende markten zouden dit ten dele kunnen compenseren, maar zeker niet helemaal. In een wereld met een lage inflatie en een bescheiden groei, zullen ondernemingen moeten wennen aan een langzame winstgroei (na een eenmalige "inhaal"sprong in 2010) en beleggers aan een bescheiden rendement op hun beleggingen. Dit houdt in dat dividenden weer een belangrijke factor worden in het rendement op aandelen. Over 'lange termijn' gesproken: hoewel dividenden de laatste dertig jaar niet het voornaamste ingrediënt voor het aandelenrendement vormden, vormen zij wel 70% van het gehele behaalde rendement sinds 1900!"
Groei wordt lastiger
Voor aandelenbeleggers die zich willen richten op inkomsten, zijn er tal van grote hoogwaardige ondernemingen met een behoorlijke dividendopbrengst.
ING: "Voor beleggers die zich willen richten op groei, ligt het echter wat lastiger. Opkomende markten en grondstoffen zijn twee, zeer sterk verstrengelde, vermogenssoorten, waarvan algemeen erkend wordt dat ze een goed groeipotentieel hebben. Dit zijn echter uitzonderingen. De tijd dat ook de gehele farmaceutische sector of technologische sector als 'groeisector' kon worden bestempeld, behoort tot het verleden. Het zoeken naar bovenmodaal groeipotentieel wordt steeds meer een aandelenspecifieke zaak, wellicht het best verricht door fondsbeheerders met een thematische beleggingsstijl. Concluderend kunnen we stellen dat de rendementen op aandelen in het 'nieuwe normaal' bescheiden zullen zijn (gemiddeld wellicht 7% per jaar) en dat beleggers in toenemende mate onderscheid zullen moeten maken tussen inkomsten- en groeistrategieën."
