Optimisme van de analisten met betrekking tot bedrijfswinsten niet onrealistisch

AEX

Met de opening van vorige vrijdag deed de AEX een poging om de op de 'gap' op 351,46 te dichten. Zelfs al valt de koers nog wat verder terug richting 345,56, dan vormt dit geen probleem voor het onderliggende positieve sentiment.

ABN Amro: "Belangrijk is dat de AEX een hogere bodem weet te formeren boven 345,56. Een dergelijke bodem zal dan de AEX aansporen om richting de trendkanaallijn te bewegen op circa 362,00. Bij koersvorming onder 345,56 verzwakt het beeld."

De AEX- index, graadmeter van de Amsterdamse beurs, heeft eindelijk de weerstand op 345,56 (toppen van 2010) weten te doorbreken. Het weekslot boven dit niveau bevestigt de lange termijn uptrend.

ABN Amro: "Het eerstvolgende weerstandniveau wacht net boven de 360 punten. Hier ligt de bovenkant van het stijgende trendkanaal. Een beweging onder de 334 punten zal een neutralere fase inluiden."

De visie van Ad Van Tiggelen (ING IM): "Stijgen de bedrijfswinsten in 2011 tot nieuwe recordhoogten?"

We zijn nog maar nauwelijks uit de ergste economische crisis in de naoorlogse geschiedenis geklommen, maar analisten voorspellen al dat de bedrijfswinsten (uitgezonderd die van financiële instellingen) volgend jaar tot nieuwe recordhoogten zullen stijgen. Mondiaal gezien zullen de winsten in 2010 met meer dan 30% stijgen, en in 2011 met ruim 20% - tenminste, als je de consensusprognoses gelooft. ING IM doet dat niet, althans niet die voor 2011.

Ad Van Tiggelen (ING IM): "De prognoses van analisten worden verzameld en gepubliceerd door IBES (Institutional Brokers' Estimate System). Dat doet het IBES al sinds 1987 op mondiaal niveau, voor 45.000 bedrijven in zeventig markten. Hoewel van veel individuele analisten bekend is dat ze zinnige prognoses maken voor de bedrijven die ze volgen, zijn de consensusvoorspellingen, waarin de prognoses van al die professionals met elkaar worden gecombineerd, meestal veel te optimistisch. In acht van de tien jaar moeten analisten hun aanvankelijke winstprognoses in de loop van het jaar dan ook aanzienlijk verlagen. Desondanks vormen deze consensusvoorspellingen de hoeksteen van de meeste toekomstgerichte waarderingstechnieken voor de aandelenmarkten. Wat is immers het alternatief?"

Dit gezegd zijnde; het optimisme van de analisten voor 2010 lijkt niet onrealistisch. De mondiale economie is zich geleidelijk aan het herstellen, de rente staat nog steeds extreem laag, de voorraden zullen verder aangevuld moeten worden en een positieve vergelijking met de gekelderde winsten van 2009 is relatief snel gemaakt. De verwachte 32% winstgroei voor 2010 kan dus heel goed worden gerealiseerd, ook al zal de omzetgroei waarschijnlijk bescheiden blijven.

Ad Van Tiggelen (ING IM): "Het daarop volgende jaar, 2011, is daarentegen een volkomen andere kwestie! Regeringen zullen dan beginnen met het saneren van hun schuldenlast (belastingverhogingen?) en centrale banken zullen hun rentevoet wellicht verhogen, wat een verder herstel moeizamer kan laten verlopen. Ook zal de vergelijking met de hogere winstbasis van 2010 problematischer worden en zal een veel groter deel van de winstgroei afhankelijk zijn van de omzetgroei. Die omzetgroei wordt mede bepaald door de mate waarin bedrijven hun prijzen kunnen verhogen."

Duidelijke prijsverhogingen zijn nooit uit te sluiten, maar lijken vooralsnog onwaarschijnlijk. De lage rente op westerse obligaties wijst tenslotte niet op een wereld met duidelijk stijgende prijzen en inflatiedruk.

De IBES consensusprognoses voor de winstgroei bestaan al ruim twintig jaar. In die periode heeft de winstgevendheid van bedrijven (het aandeel van de winsten in het bbp) vermoedelijk de grootste sprong in de geschiedenis van de mensheid gemaakt.

Deze hausse werd voornamelijk veroorzaakt door vijf factoren:
- de winsten in de financiële sector als aandeel van het bbp verdrievoudigden (vooral in de Verenigde Staten);

- de gemiddelde belastingdruk daalde gestaag;

- de financieringskosten namen af naarmate de rente daalde;

- de consumptie nam een hoge vlucht, maar de arbeidskosten deden dat niet, omdat het wereldwijde aanbod van arbeid toenam en consumenten een deel van de overwaarde van hun huis 'opaten';
- door de globalisering zijn westerse bedrijven hun winsten voor een veel groter gedeelte buiten hun thuismarkt gaan realiseren.

Ad Van Tiggelen (ING IM): "Van deze vijf factoren zal alleen de laatste blijven bijdragen aan de langetermijngroei van de winsten in de ontwikkelde markten. De overige factoren zullen, om voor de hand liggende redenen, minder dominant zijn.
Wat betekent dit alles? Op dit moment profiteren de meer cyclische sectoren nog van het momentum in het winstherstel. In de loop van 2010 zullen de verwachtingen steeds hoger worden, wat waarschijnlijk leidt tot teleurstellingen en een omschakeling naar meer defensieve sectoren. Voor 2011 zullen wij al blij zijn als zelfs maar de helft van de verwachte winstgroei van 20% wordt gerealiseerd. Zelfs met dat resultaat zouden aandelen nu nog redelijk aantrekkelijk geprijsd zijn."