Emerging markets presteren niet beter dan beurzen uit geïndustrialiseerde landen

AEX

De stijgende trend bij de AEX is onverminderd van kracht. De intraday bodem vlak voor de intraday hogere top van maandag op 358,20 werd vorige week donderdag gezet via een intraday dieptepunt op 349,51.

TGB Investments: "De glijdende 2% stop loss vangrail voor korte termijn hausseposities ligt twee procent onder de hoogste slotkoers. De hoogste slotkoers werd vorige week vrijdag gezet op 355,89. De kritische grens voor actieve handelaren ligt dus op 348,77."

Om deze stop loss grens neerwaarts te breken moet de AEX eerste de korte termijn stijgende trend afbreken. De steunlijn getrokken langs de bodems van 26 februari, 22 maart en 31 maart ligt momenteel op ca. 353.

TGB Investments: "Hoogtevrees of niet, de meest simpele manier om de onvoorspelbare toekomst van de AEX in ons voordeel te laten werken is het respecteren van de trend en in de richting van de trend posities aan te houden (of in te nemen). Het beëindigen van deze positie(s) is pas aan de orde zodra de opgaande trend afbreekt of (door u zelf bepaalde) stop loss grenzen worden geraakt
of overschreden."

ING: Sterk kwartaal voor aandelen

Aandelenmarkten hebben een sterk eerste kwartaal achter de rug. Wereldwijde aandelen stegen met 9,5%, gemeten in euro's. 2010 begon goed, waarna halverwege januari de risicobereidheid onder beleggers afnam. Die periode duurde ongeveer een maand en halverwege februari hervonden aandelen de weg omhoog. Het grootste deel van de kwartaalwinst werd in maart gerealiseerd.

Valutaontwikkelingen hebben een grote invloed gehad op de rendementen. Amerikaanse en Japanse aandelen hebben in euro's gemeten (respectievelijk 11,8% en 14,7%) namelijk een veel hoger rendement behaald dan in lokale valuta (respectievelijk 5,4% en 8,7%). De euro daalde het afgelopen kwartaal sterk ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de Japanse yen.

De zwakke euro reflecteert een van de belangrijkste ontwikkelingen die het sentiment op de aandelenmarkten in negatieve zin heeft bepaald, namelijk de schuldproblemen van Griekenland. Europese aandelen werden het meest geraakt; Europa was in het eerste kwartaal de zwakst presterende regio (+4,1% in euro's).

Aandelen van Europese financials bleven achter bij het marktgemiddelde (+1,8%). Ongeveer driekwart van de Griekse staatsschuld wordt buiten Griekenland gehouden en een groot deel hiervan staat op de balans van Europese banken. Ook Amerikaanse banken hadden het even moeilijk nadat President Obama drastische hervormingsplannen voor het Amerikaanse bankensysteem aankondigde. Hij wil de omvang en het werkterrein van banken aan banden leggen, met het doel een herhaling van de kredietcrisis te voorkomen.

Hoewel het marktsentiment per saldo positief was en beleggers bereid bleven om risico's te nemen, presteerden de opkomende markten niet beter dan het marktgemiddelde (+8,6%). Binnen de opkomende markten waren er vrij grote verschillen: Oost-Europa (+12,9%) behaalde een duidelijk beter rendement dan Azië (+7,4%) en Latijns Amerika (+7,8%).

Het achterblijven van deze laatste twee regio's had een duidelijke oorzaak. Door de enorme stimuleringsmaatregelen en een sterk herstel van de export groeit de Chinese economie weer in een hoog tempo. Om oververhitting te voorkomen, is China begonnen met het terugdraaien van de stimuleringsmaatregelen. Ook de inflatie in China liep op, wat beleggers enigszins bezorgd maakte. En omdat het afremmen van de economische groei negatieve gevolgen kan hebben voor de Chinese vraag naar grondstoffen, hadden ook grondstofexporterende landen (met name Latijns Amerika) hiervan last.

De cijfers van bedrijven over het vierde kwartaal waren beter dan verwacht; niet alleen onderaan de streep (nettowinst) maar ook de omzetgroei verraste in positieve zin. De verbetering van de kwaliteit van de winsten werd bevestigd door de stijgende winstmarges. Dit positieve nieuws overschaduwde uiteindelijk de onzekerheden (Griekenland, China).

Door de hoge risicobereidheid presteerden cyclische aandelen per saldo beter dan defensieve aandelen. De sector basismaterialen bleef door bovengenoemde ontwikkelingen achter (+8,6%). Industrie (+15,7%) en cyclische consumentengoederen (+13,4%) waren de smaakmakers van het eerste kwartaal. Binnen de defensieve sectoren presteerden dagelijkse consumentengoederen (+10,4%) en gezondheidszorg (+7,9%) duidelijk beter dan telecom (+2,2%) en nutsbedrijven (+2,3%).