Dow Jones staat niet veel hoger dan in 1998

Wat mogen we deze week nog verwachten?

Deze week zal vooral in het teken staan van de herdenking van de bodem. Op 9 maart vorig jaar sloot de Dow Jones index op 6.547. naar nu blijkt het dieptepunt na bijna anderhalf jaar dalende koersen.

Wilfried Steentjes van Steentjes Vermogensbeheer: "Het slot vrijdag lag bijna 4.000 punten hoger oftewel meer dan 60%. De bredere S&P500 index deed het nog beter met een stijging van 68%. Spectaculaire cijfers maar veel analisten wijzen erop dat de Dow Jones nu niet veel hoger staat dan het niveau van 1998."

De gemiddelde belegger is dus nauwelijks wat opgeschoten. Indexmatig valt daar niets tegen in te brengen. Echter kijken we naar de fundamentele gegevens dan is er wel wat veranderd.

Wilfried Steentjes van Steentjes Vermogensbeheer: "De gemiddelde winst voor de S&P500 was 12 jaar geleden $45. De verwachting voor dit jaar is ruim $75. Gezien het feit dat de economie beter is dan verwacht mag worden gesteld dat dit een conservatieve inschatting is. Maar uitgaande van dit getal zou, ceteris paribus, de index 66% hoger moeten staan rond een stand van ruim 17.000. Sterker nog het alternatief de obligatiemarkt stond in 1998 op 6,5% gemiddeld voor 10 jarige leningen."

Nu is dit een niveau van 50% minder. Ook hieruit zou de index hoger moeten staan. De verklaring voor de relatief lage waardering van de index is natuurlijk de dramatische koersontwikkeling van de afgelopen jaren.

Wilfried Steentjes van Steentjes Vermogensbeheer: "Dat nodigt niet veel beleggers uit om geld te stoppen in aandelen. Volgens marktpartijen die met name voor de particuliere beleggers werken is deze groep van beleggers nog altijd afwachtend. Daaruit kan ook de conclusie worden getrokken dat de markten zeker niet, ondanks de stijging van de afgelopen 12 maanden, speculatief wordt omhoog gedreven. Dit betekent simpelweg dat het nu kopen van Amerikaanse aandelen zeker niet op de top van de markt is."

China neemt logische maatregelen

Markten reageerden negatief op enkele ontwikkelingen in China. De Chinese overheid gaat de kredietgroei inperken door banken te verplichten grotere reserves aan te houden.

ING: "Die maatregelen komen niet onverwacht en zijn zeer gezond; door het zeer soepele monetaire en fiscale beleid is de economische activiteit in het land sterk toegenomen. Om de economie af te koelen verwachten wij geen drastische maatregelen; China zal de weg van de geleidelijkheid bewandelen en vooral op sectorniveau ingrijpen (bijvoorbeeld op de huizenmarkt). Tot slot schrokken beleggers van de snel oplopende inflatie (tot 2% in december) in China. Dit werd echter vooral veroorzaakt door hogere voedselprijzen als gevolg van het koude weer. In de afgelopen weken zijn de voedselprijzen gedaald, waardoor het januaricijfer uitkwam op 1,5%. Wel voorzien wij een geleidelijke stijging van de inflatie tot een piekniveau van 5,5% in de zomer. Over heel 2010 verwachten wij een gemiddelde inflatie van 4%; geen reden om te verwachten dat de inflatie uit de hand loopt."

Positiever voor Japan

ING: "Wij zijn de afgelopen periode positiever geworden voor Japan. Het fundamentele plaatje voor de langere termijn blijft lastig (deflatie, vergrijzing, hoge staatsschuld), maar voor de kortere termijn zien wij goede kansen. Zo zien we dat internationale beleggers meer interesse hebben gekregen in Japanse aandelen. Er stroomt sinds begin dit jaar meer geld naar de Japanse beurs. Daarnaast is de waardering erg aantrekkelijk. Tot slot is er een nieuwe minister van Financiën aangesteld die pleit voor een zwakkere yen. Dat zou positief zijn voor Japanse exporteurs."